Tweede reisverslag uit de States

Op de roets door de Verenigde Staten

Tweede reisverslag uit de States

Berichtdoor Joeri Gorter » 04 okt 2008 20:45

"There's only one way to go, and you live it day by day!"

Ik blijf een paar nachten logeren in de trailer van Larry. Hij helpt me uit de brand met een telefoonoplader en een reserve 451 voorbandje. Dat kan geen kwaad, want die zijn ook hier moeilijk te krijgen. Samen rijden we over de vluchtstrook van Highway 395 naar het stadje Lone Pine. We hebben de bergkam van de Sierra Nevada. In Lone Pine zelf is het gezellig druk met wandelaars, die vanuit hier de Mount Whitney beklimmen, de hoogste berg van de Verenigde Staten, tenminste, als je Mount McKinley in Alaska niet meetelt.

Vanuit Lone Pine gaat het linksaf, weer een bergkam over. Larry blijft achter, maar ik wil graag door naar Death Valley National Park. Hier regent het bijna nooit, en bakt de zon onafgebroken op de rotsen. Er groeit steeds minder: hier en daar een cactus, later slechts nog wat dorre bosjes. Van oudsher wonen in deze streek de Shoshone indianen. Hoe krijgen ze het voor elkaar? De omgeving staat vijandig tegenover elke vorm van leven lijkt het. Zelfs de insecten laten het afweten. Het eerste dal van heet Paramint Valley. Ik rijd het 's-ochtends om een uur of tien al in, na een spectaculaire afdaling. In Paramint Springs, een kleine oase halverwege kan ik weer water tappen en een koel biertje drinken op het terras van het gelijknamige motel. De hitte laat verder rijden niet toe. Het loopt tegen 40 graden in de schaduw en vanaf het terras kan ik de zig zag van Townes Pass zien liggen die over de volgende bergkam naar Death Valley leidt. "Townes Pass is a bitch" had een fietser in Lone Pine me gewaarschuwd, met kilometers achter elkaar 13 procent stijgingspercentage. Aangezien behalve de 20 kilo bagage ook nog eens acht liter water omhoog moet zeulen neem ik het zekere voor het onzekere, en zit ik de hitte uit op het terras. Maar wat een schitterend uitzicht! De rotsen kleuren rood, en in het dal beneden zie ik vreemde stofwolken opstijgen. Ik spring op de roets en rijd naar beneden. De stofwolken worden veroorzaakt door een kei en keiharde wind. Ik wordt letterlijk van de roets geblazen. Tegen de tijd dat ik de voet van Townes Pass bereik is het donker, en draait de wind nu heb ik hem pal tegen. Inderdaad, Townes Pass is bitch. Tegen mijn gewoonte in moet ik een stuk lopen. Gaandeweg wordt de pas minder steil en kan ik mezelf al rijdend omhoog wrikken. Tot overmaat van ramp begint het ook nog eens te regenen. Nu is het mooi geweest. Snel gestopt en mijn tent opgezet in de berm van de weg. Dit blijkt een goede beslissing, want zodra hij staat komt het met bakken tegelijk uit de lucht, en gaat het nog harder waaien. Wat een omstandigheden!

De volgende ochten blijk ik op twee kilometer na de pas bereikt te hebben. Meevallertje! De lucht is weer knalblauw en de weg loopt kaarsrecht naar beneden. Ik raak dit keer de remmen niet aan, en binnen no time zit ik op 89 km/uur. Leuk, mijn snrelheidsrecord van 22 jaar geleden gebroken, en dat nog wel met bepakking. Death Valley lijkt op Paramint Valley, maar is veel groter, en vooral, ligt veel dieper. Het schijnt het diepste punt van het westelijk halfrond te zijn. Daarom blijft de hitte er hangen. Het is september in 45 graden in de schaduw. De bergen aan de overkant heten de Funeral Mountains, een groepje dorre struiken de Devil's Corn Field. De namen zeggen genoeg. Toch gaat het goed. Ik heb de wind in de rug en krijg veel aanmoedigingen van de Amerikanen: getoeter en gebalde vuisten vanuit de autoramen. Aan het eind van de ochtend wordt de hitte ook mij teveel, en ik stop in Furnace Creek. Dit is weer een oase. De ene buslading toeristen na de andere stapt hier uit, drinkt een biertje, en koopt een Death Valley T-shirt. Mijn plan is 's-avonds weer door te rijden, maar ik ben te moe. Zodra de zon onder is rol ik mijn matje uit en ga slapen, voortzover dat mogelijk is, want ook 's-nachts blijft het hier dik boven de 35 graden.

In het holst van de nacht wordt ik gewekt door een akelig gehuil. Wat is dit? De coyotes zijn op jacht. Er is hier dus toch leven in het dal. Maar door de hitte werkt slechts de nachtploeg. De ene coyote begint, de ander haakt in. Er is geen peil op te trekken waar het precies vandaan komt maar het lijkt heel dichtbij. Ze hebben het toch niet op mij gemunt? Nu wreekt zich dat ik geen snars van de natuur weet. Had ik geweten dat die beesten slechts vogeleieren, kleine reptielen en afval eten, dan had ik me niet zoveel zorgen gemaakt. Voor het krieken van de dag sta ik op om mijn spullen te pakken en weg te rijden. Hoewel ik nog moe ben is dit de enige manier om dit dal uit te komen. Onderweg kom in Shoshone indiaan tegen, uit het kleine reservaat van houten keten vlakbij het toeristencentrum. Hij groet met enthousiast. Deze groet doet me meer goed dan alle aanmoedigingen van de vorige dag. De Shoshone keuren normaal gesproken niemand een blik waardig. Maar mijn poging om op de roets Death Valley te doorkruiden valt kennelijk in goede aarde. Zij moeten het per slot van rekening ook zonder airco doen. Het eerste stuk gaat vals plat naar beneden richting Badwater, het diepste punt van het dal, zo'n honderd meter beneden zeeniveau. Hier verzamelt zich het water dat na een zeldzame regenbui van de bergketens rondom het dal stroomt. Er ligt een zielig plasje. De rest van Badwater is een droog zoutmeer. Ik ben blij dat ik vroeg ben opgestaan want zo kan ik de eerste tachtig kilometer in de schaduw van de Funeral Mountains rijden. Bij een verlaten zoutmijn draait de weg naar links, en gaat omhoog, het dal uit over twee passen. Verdomme wat is het heet! En verdomme wat is al dat water zwaar. Ik ga deze dag een weer een record zetten: ik drink 16 liter water op 120 kilometer. En volgens mij heb ik meer vaseline op mijn lippen gesmeerd dan op mijn boegspriet. Eindelijk eindelijk ben ik boven en kan ik aan de afdaling naar Shoshone beginnen, een benzinepomp plus Saloon. Dit is het eerste punt na Furnace Creek waar ik weer kan Fourageren.

De volgende etappe gaat van Shoshone naar Las Vegas. Ik pak de Old Spanish Trail in plaats van de Highway. Het nadeel is dat ik weer al het water voor de hele dag zelf mee moet nemen, maar de route is weer schitterend. Klimmen en dalen door een w